Blog

Hoe werkt het gistingsproces van bier precies?

Het gistingsproces van bier is de stap waarin gist de suikers uit de wort omzet in alcohol en koolzuur. Zonder die stap hou je alleen een zoet, plat moutdrankje over in plaats van bier. Gist doet tijdens het brouwen dus het echte werk: het maakt niet alleen de alcohol, maar bepaalt ook een groot deel van de geur en smaak. Hieronder lees je wat er precies gebeurt, welke vormen van gisting er bestaan, waarin boven- en ondergisting van elkaar verschillen en wat de gist te maken heeft met het koolzuur in je glas.

Wat is het gistingsproces van bier?

Gist is een levende eencellige schimmel die zich voedt met suiker. Tijdens het gistingsproces van bier eet de gist de vergistbare suikers uit de wort op en zet die om in ongeveer gelijke delen alcohol en koolzuur, plus een reeks geur- en smaakstoffen. Die smaakstoffen, esters genoemd, zorgen voor de fruitige en kruidige tonen die je in veel bieren proeft. Dat is meteen het antwoord op de vraag wat gist tijdens het brouwen doet: het maakt van een zoete vloeistof een echt bier.

Brouwers werken met twee hoofdgistsoorten. Bovengist heet officieel Saccharomyces cerevisiae, ondergist heet Saccharomyces pastorianus. Welke gist je kiest, en bij welke temperatuur die werkt, bepaalt voor een groot deel hoe het bier uiteindelijk smaakt. Het verklaart waarom dezelfde mout en hop tot heel verschillende bieren kunnen leiden.

Hoge gisting, lage gisting of spontane gisting?

Er zijn grofweg drie manieren waarop bier kan vergisten. Bij hoge gisting, ook wel bovengisting, drijft de gist boven op het bier en doet ze haar werk bij een relatief warme temperatuur van ongeveer 15 tot 25 graden. Zo ontstaan aromatische bieren als tripel, dubbel, witbier, weizen, stout en IPA.

Bij lage gisting, of ondergisting, zakt de gist juist naar de bodem en gebeurt het bij een koele temperatuur van ongeveer 5 tot 15 graden. Dat levert schone, frisse bieren op zoals pils, lager en veel bockbieren. Lange tijd was ondergisting alleen in koude periodes mogelijk, totdat de koeltechniek het jaarrond brouwen mogelijk maakte

De derde vorm is spontane gisting. Daarbij voegt de brouwer geen gist toe, maar laat hij de wilde gisten en bacteriën uit de buitenlucht hun werk doen. Dat is de oudste methode van allemaal en de basis van lambiek en geuze, met hun typische zure, complexe smaak.

Wat is het verschil tussen boven- en ondergisting?

Het verschil tussen boven- en ondergisting zit in temperatuur, tempo en smaak. Bovengisting verloopt warm en snel, vaak in een dag of vijf tot een week, en levert volop aroma’s op. Ondergisting verloopt koel en traag, soms enkele weken, en geeft een schoner, neutraler bier waarin de mout en de hop de hoofdrol spelen.

Voor de brouwer betekent dat ook een verschil in controle. Ondergisting verloopt rustiger en voorspelbaarder, terwijl bovengisting wat losser en levendiger is. Een warmere gisting brengt meer fruitige en kruidige esters naar boven, een koele gisting houdt het bier juist ingetogen. Beide hebben hun eigen charme: de ene methode geeft de strakke frisheid van een pils, de andere de rijke volheid van een Belgische tripel.

Van hoofdgisting naar nagisting op de fles

De eerste en belangrijkste fase heet de hoofdgisting. Hierin zet de gist het grootste deel van de suikers om, meestal in enkele dagen tot een paar weken, afhankelijk van het type bier en de temperatuur. Hoe lang de gisting van bier duurt, hangt dus sterk af van de stijl: een bovengistend bier is vaak binnen een week klaar, een ondergistend bier heeft langer nodig. Daarna volgt meestal een rijpingsperiode, ook wel lageren, waarin het bier koel tot rust komt en jonge, ongewenste smaakjes verdwijnen.

Veel speciaalbieren krijgen vervolgens nog een nagisting op de fles. De brouwer voegt vlak voor het bottelen een beetje suiker en soms verse gist toe, waarna de gist in de gesloten fles opnieuw aan het werk gaat. Het koolzuur dat daarbij vrijkomt kan nergens heen en lost op in het bier, en dat zorgt voor de bubbels en de stevige schuimkraag. Deze nagisting is de laatste stap in het volledige brouwproces, dat begint bij het schroten van de mout en via maischen, koken en de hoofdgisting eindigt bij een bier met koolzuur in de fles.

Welke gist gebruiken brouwers voor alcoholvrij bier?

Bij alcoholvrij bier draaien brouwers de logica om: ze willen juist zo min mogelijk alcohol overhouden. Een veelgebruikte oplossing is een speciale gist als Saccharomycodes ludwigii. Die soort kan maltose, de belangrijkste suiker in de wort, niet vergisten, waardoor er nauwelijks alcohol ontstaat. Een andere route is de gisting heel vroeg stoppen, nog voordat de gist veel alcohol heeft gemaakt. En een derde manier is gewoon normaal brouwen en de alcohol er achteraf weer uithalen, bijvoorbeeld door het bier voorzichtig te verwarmen zodat de alcohol verdampt en de meeste aroma’s bewaard blijven. Het resultaat komt steeds dichter bij een gewoon bier, terwijl er meestal minder dan 0,5 procent alcohol overblijft. Alcoholvrij bier is de afgelopen jaren in rap tempo ontwikkeld.

Waarom komt de gisting soms niet op gang?

Soms lijkt er na het toevoegen van de gist een tijdje niets te gebeuren. Meestal ligt dat aan de temperatuur: is het te koud, dan wordt de gist traag of valt ze stil, is het te warm, dan kan ze afsterven of vreemde smaken maken. Ook oude of beschadigde gist komt lastiger op gang.

Brouwers houden de activiteit in de gaten met een waterslot, een simpel dopje met wat water op de gistemmer. Zodra de gist koolzuur produceert, ontsnapt dat met een rustig pruttelend geluid door het water. Borrelt het waterslot, dan weet je dat het gistingsproces in volle gang is.

Wat de gisting met je bier doet

Het gistingsproces van bier is de stap die bijna alles bepaalt: de gist maakt de alcohol, blaast het koolzuur erin en kleurt met haar esters de smaak van fris tot fruitig. Of een bier nu boven-, onder- of spontaan vergist, en of het op de fles nagist of niet, je proeft het terug in elk glas. Benieuwd hoe die verschillen smaken? Ontdek het brede aanbod speciaalbier van kleine brouwers in de webshop van Dokter Bier en zet een frisse IPA eens naast een volle, bovengistende tripel.